Jumpsnelkoppelingen: Bulkmport van snelkoppelingen naar Jumps en beheren van instellingen voor jumpsnelkoppelingen

Jump > Jumpsnelkoppelingen

Wizard voor bulkimport van snelkoppelingen naar Jumps

Via een Jumpoint kunnen snelkoppelingen naar Jumps worden gemaakt om een standaard toegangssessie te starten, om een sessie op met bureaublad op afstand (RDP) met een Windows-systeem te starten, voor een Jump naar een website op een externe browser, voor een Shell Jump naar een netwerkapparaat waarop SSH of Telnet is ingeschakeld, om verbinding te maken met een VNC-server of om een TCP-verbinding te maken via een Protocol Tunnel Jump.

Als u een groot aantal snelkoppelingen naar Jumps aanmaakt, dan is het misschien eenvoudiger om deze uit een spreadsheet te importeren dan om ze een voor een in de toegangsconsole toe te voegen.

Zie voor meer informatie Een Jumpsnelkoppeling gebruiken voor het uitvoeren van een Jump naar een extern systeem.

Sjabloon downloaden

Selecteer in het vervolgkeuzemenu in het gedeelte Wizard voor bulkimport van snelkoppelingen voor Jumps in de /login-interface het type jumpsnelkoppeling dat u wilt toevoegen en klik daarna op Sjabloon downloaden. Gebruik de tekst uit de CSV-sjabloon als kolomkoppen en voeg de informatie toe voor elke snelkoppeling naar een Jump die u wilt importeren. Het importeren mislukt als er verplichte velden ontbreken. Optionele velden kunnen worden ingevuld of leeg blijven.

Snelkoppelingen naar Jumps importeren

Nadat u de sjabloon helemaal hebt ingevuld, kunt u Snelkoppelingen naar Jumps importeren gebruiken om het CSV-bestand met de informatie over de jumpsnelkoppelingen te uploaden. De maximale bestandsgrootte die in één keer kan worden geüpload is 5 MB. Elk CSV-bestand kan maar één type jumpsnelkoppeling bevatten. De opmaak van het CSV-bestand moet aan de beschrijving in de onderstaande tabellen voldoen.

Snelkoppeling naar lokale Jump

Veld Beschrijving
Jumpgroep

De codenaam van de Jumpgroep waarmee deze jumpsnelkoppeling moet worden geassocieerd.

Bij gebruik van de importmethode kan een jumpsnelkoppeling niet met een persoonlijke lijst met jumpsnelkoppelingen worden geassocieerd.

Tag (optioneel)

U kunt uw jumpsnelkoppelingen in categorieën onderverdelen door een tag toe te voegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Opmerkingen

U kunt commentaar aan uw jumpsnelkoppelingen toevoegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Jumpbeleid

De codenaam van een Jumpbeleid. U kunt een Jumpbeleid opgeven om de toegang tot deze jumpsnelkoppeling te beheren.

Sessiebeleid (optioneel)

De codenaam van een sessiebeleid. U kunt een sessiebeleid specificeren om de machtigingen te beheren die op deze jumpsnelkoppeling beschikbaar zijn.

Naam

De naam van het eindpunt waarop toegang kan worden verkregen door deze jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Hostnaam

De hostnaam van het eindpunt dat toegankelijk moet zijn voor deze jumpsnelkoppeling. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Beleid voor eindpuntovereenkomst (optioneel)

Met de waarde Accepteren wordt de eindpuntovereenkomst automatisch geaccepteerd als er een time-out optreedt en kan de sessie starten. Met de waarde Weigeren wordt de eindpuntovereenkomst automatisch geweigerd en kan de sessie niet starten. Met de waarde Niet_vragen wordt geen eindpuntovereenkomst getoond, ook al is de functie geconfigureerd. Dit veld heeft geen invloed op de algemene eindpuntovereenkomst als het niet is ingeschakeld. Zie voor meer informatie over de algemene instelling Jumpsnelkoppelingen: Bulkimport van snelkoppelingen naar Jumps en beheren van instellingen voor jumpsnelkoppelingen.

Naam

De naam van het eindpunt waarop toegang kan worden verkregen door deze jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Snelkoppeling naar externe Jump

Veld Beschrijving
Jumpgroep

De codenaam van de Jumpgroep waarmee deze jumpsnelkoppeling moet worden geassocieerd.

Bij gebruik van de importmethode kan een jumpsnelkoppeling niet met een persoonlijke lijst met jumpsnelkoppelingen worden geassocieerd.

Tag (optioneel)

U kunt uw jumpsnelkoppelingen in categorieën onderverdelen door een tag toe te voegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Opmerkingen (optioneel)

U kunt commentaar aan uw jumpsnelkoppelingen toevoegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Jumpbeleid (optioneel)

De codenaam van een Jumpbeleid. U kunt een Jumpbeleid opgeven om de toegang tot deze jumpsnelkoppeling te beheren.

Sessiebeleid (optioneel)

De codenaam van een sessiebeleid. U kunt een sessiebeleid specificeren om de machtigingen te beheren die op deze jumpsnelkoppeling beschikbaar zijn.

Naam

De naam van het eindpunt waarop toegang kan worden verkregen door deze jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Hostnaam

De hostnaam van het eindpunt dat toegankelijk moet zijn voor deze jumpsnelkoppeling. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Jumpoint

De codenaam van het Jumpoint waarmee toegang tot het eindpunt wordt verkregen.

Beleid voor eindpuntovereenkomst (optioneel)

Met de waarde Accepteren wordt de eindpuntovereenkomst automatisch geaccepteerd als er een time-out optreedt en kan de sessie starten. Met de waarde Weigeren wordt de eindpuntovereenkomst automatisch geweigerd en kan de sessie niet starten. Met de waarde Niet_vragen wordt geen eindpuntovereenkomst getoond, ook al is de functie geconfigureerd. Dit veld heeft geen invloed op de algemene eindpuntovereenkomst als het niet is ingeschakeld. Zie voor meer informatie over de algemene instelling Jumpsnelkoppelingen: Bulkimport van snelkoppelingen naar Jumps en beheren van instellingen voor jumpsnelkoppelingen.

Snelkoppeling naar externe VNC Jump

Veld Beschrijving
Jumpgroep

De codenaam van de Jumpgroep waarmee deze jumpsnelkoppeling moet worden geassocieerd.

Bij gebruik van de importmethode kan een jumpsnelkoppeling niet met een persoonlijke lijst met jumpsnelkoppelingen worden geassocieerd.

Tag (optioneel)

U kunt uw jumpsnelkoppelingen in categorieën onderverdelen door een tag toe te voegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Opmerkingen (optioneel)

U kunt commentaar aan uw jumpsnelkoppelingen toevoegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Jumpbeleid (optioneel)

De codenaam van een Jumpbeleid. U kunt een Jumpbeleid opgeven om de toegang tot deze jumpsnelkoppeling te beheren.

Naam

De naam van het eindpunt waarop toegang kan worden verkregen door deze jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Hostnaam

De hostnaam van het eindpunt dat toegankelijk moet zijn voor deze jumpsnelkoppeling. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Jumpoint

De codenaam van het Jumpoint waarmee toegang tot het eindpunt wordt verkregen.

Poort (optioneel)

Een geldig poortnummer tussen 100 en 65535. De standaard poort is 5900.

Snelkoppeling naar externe RDP Jump

Veld Beschrijving
Jumpgroep

De codenaam van de Jumpgroep waarmee deze jumpsnelkoppeling moet worden geassocieerd.

Bij gebruik van de importmethode kan een jumpsnelkoppeling niet met een persoonlijke lijst met jumpsnelkoppelingen worden geassocieerd.

Tag (optioneel)

U kunt uw jumpsnelkoppelingen in categorieën onderverdelen door een tag toe te voegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Opmerkingen (optioneel)

U kunt commentaar aan uw jumpsnelkoppelingen toevoegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Jumpbeleid (optioneel)

De codenaam van een Jumpbeleid. U kunt een Jumpbeleid opgeven om de toegang tot deze jumpsnelkoppeling te beheren.

Naam

De naam van het eindpunt waarop toegang kan worden verkregen door deze jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Hostnaam

De hostnaam van het eindpunt dat toegankelijk moet zijn voor deze jumpsnelkoppeling. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Jumpoint

De codenaam van het Jumpoint waarmee toegang tot het eindpunt wordt verkregen.

Gebruikersnaam (optioneel)

De gebruikersnaam om u mee aan te melden.

Domein (optioneel)

Het domein waarin het eindpunt zich bevindt.

Kwaliteit (optioneel)

De kwaliteit waarmee u het externe systeem wilt bekijken. Dit kan low zijn (zwart-wit voor het laagste gebruik van bandbreedte), best_perf (standaard, 8-bits kleur voor snelle prestaties), perf_and_qual (16 bit voor gemiddelde kwaliteit en prestaties), best_qual (32-bits voor de hoogste beeldresolutie) of video_opt (VP9-code voor vloeiende videobeeld). Dit kan tijdens de sessie met bureaublad op afstand (RPD) niet worden gewijzigd.

Consolesessie

1: Hiermee start een consolesessie.
0: Hiermee start een nieuwe sessie (standaard).

Onbetrouwbaar certificaat negeren (optioneel)

1: Negeert certificaatwaarschuwingen.
0: Toont een waarschuwing als het certificaat van de server niet kan worden geverifieerd.

Type SecureApp De SecureApp opstartmethode. Kan zijn "none", "remote_app" (om de ingebouwde RemoteApp functionaliteit van RDP te gebruiken), "remote_desktop_agent" (om de BeyondTrust-agent voor toegang tot bureaublad op afstand te gebruiken), of "remote_desktop_agent_credentials" (om de BeyondTrust-agent voor toegang tot bureaublad op afstand met injectie van inloggegevens te gebruiken). Indien "remote_desktop_agent" of "remote_desktop_agent_credentials" wordt gekozen, dan moet de BeyondTrust-agent voor toegang tot bureaublad op afstand worden geïnstalleerd op het externe systeem.>
Pad naar externe uitvoerbare bestanden Het pad naar de externe uitvoerbare bestanden dat wordt gestart bij het gebruik van de BeyondTrust-agent voor toegang tot bureaublad op afstand. Dit kan alleen worden gebruikt als het type SecureApp de BeyondTrust-agent voor toegang tot bureaublad op afstand gebruikt.
Extern uitvoerbare parameters Een door spaties gescheiden lijst met parameters om door te geven aan het extern uitvoerbare bestand dat wordt opgestart met gebruik van de BeyondTrust-agent voor toegang tot bureaublad op afstand. Voor parameters met spaties moet u dubbele aanhalingstekens gebruiken. Dit kan alleen worden gebruikt als het type SecureApp de BeyondTrust-agent voor toegang tot bureaublad op afstand gebruikt.
Type inloggegevens Het type inloggegevens dat in de externe toepassing wordt geïnjecteerd. Deze waarde is afhankelijk van de wachtwoordkluis waar de inloggegevens uit worden verkregen. Deze waarde kan alleen worden gebruikt als het type SecureApp de BeyondTrust-agent voor toegang tot bureaublad op afstand gebruikt met injectie van inloggegevens.
Doelsysteem Het type inloggegevens dat in de externe toepassing wordt geïnjecteerd. Deze waarde is afhankelijk van de wachtwoordkluis waar de inloggegevens uit worden verkregen. Deze waarde kan alleen worden gebruikt als het type SecureApp de BeyondTrust-agent voor toegang tot bureaublad op afstand gebruikt met injectie van inloggegevens.
Naam van externe app (optioneel) De naam van de externe app. Deze tekenreeks mag maximaal 520 tekens lang zijn.
Parameters van externe app (optioneel) Een door spaties gescheiden lijst met parameters om toegang te krijgen tot de externe app. Voor parameters met spaties moet u dubbele aanhalingstekens gebruiken. Deze tekenreeks mag maximaal 16000 tekens lang zijn.

Snelkoppeling naar Shell Jump

Veld Beschrijving
Jumpgroep

De codenaam van de Jumpgroep waarmee deze jumpsnelkoppeling moet worden geassocieerd.

Bij gebruik van de importmethode kan een jumpsnelkoppeling niet met een persoonlijke lijst met jumpsnelkoppelingen worden geassocieerd.

Tag (optioneel)

U kunt uw jumpsnelkoppelingen in categorieën onderverdelen door een tag toe te voegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Opmerkingen (optioneel)

U kunt commentaar aan uw jumpsnelkoppelingen toevoegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Jumpbeleid (optioneel)

De codenaam van een Jumpbeleid. U kunt een Jumpbeleid opgeven om de toegang tot deze jumpsnelkoppeling te beheren.

Sessiebeleid (optioneel)

De codenaam van een sessiebeleid. U kunt een sessiebeleid specificeren om de machtigingen te beheren die op deze jumpsnelkoppeling beschikbaar zijn.

Naam

De naam van het eindpunt waarop toegang kan worden verkregen door deze jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Hostnaam

De hostnaam van het eindpunt dat toegankelijk moet zijn voor deze jumpsnelkoppeling. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Jumpoint

De codenaam van het Jumpoint waarmee toegang tot het eindpunt wordt verkregen.

Gebruikersnaam (optioneel)

De gebruikersnaam om u mee aan te melden.

Protocol

Mag SSH of Telnet zijn.

Poort (optioneel)

Een geldig poortnummer van 1 tot 65535. Het standaard poortnummer is 22 als het protocol SSH is, of 23 als het protocol Telnet is.

Terminal-type (optioneel)

Dit kan xterm zijn (standaard) of VT100.

Keepalive (optioneel)

Het aantal seconden tussen ieder verzonden pakket om te voorkomen dat een niet-actieve sessie wordt gestopt. Dit kan elk getal zijn tussen 0 en 300. Met 0 wordt het actief houden uitgeschakeld (standaard).

Snelkoppeling naar Jump via tunnelprotocol

Veld Beschrijving
Jumpgroep

De codenaam van de Jumpgroep waarmee deze jumpsnelkoppeling moet worden geassocieerd.

Bij gebruik van de importmethode kan een jumpsnelkoppeling niet met een persoonlijke lijst met jumpsnelkoppelingen worden geassocieerd.

Tag (optioneel)

U kunt uw jumpsnelkoppelingen in categorieën onderverdelen door een tag toe te voegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Opmerkingen (optioneel)

U kunt commentaar aan uw jumpsnelkoppelingen toevoegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Jumpbeleid (optioneel)

De codenaam van een Jumpbeleid. U kunt een Jumpbeleid opgeven om de toegang tot deze jumpsnelkoppeling te beheren.

Naam

De naam van het eindpunt waarop toegang kan worden verkregen door deze jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Hostnaam

De hostnaam van het eindpunt dat toegankelijk moet zijn voor deze jumpsnelkoppeling. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Jumpoint

De codenaam van het Jumpoint waarmee toegang tot het eindpunt wordt verkregen.

TCP-tunnels

De lijst van een of meer tunneldefinities. Een tunneldefinitie is een toewijzing van een TCP-poort op het systeem van de lokale gebruiker aan een TCP-poort op het externe eindpunt. Elke verbinding die naar de lokale poort wordt gemaakt, zorgt ervoor dat er een verbinding naar de externe poort wordt gemaakt, zodat gegevens lussen lokale en externe systemen kunnen worden getunneld. Meerdere toewijzingen moeten door een puntkomma worden gescheiden.

Bijvoorbeeld: auto->22;3306->3306

In dit voorbeeld wordt een willekeurige lokale poort op externe poort 22 toegewezen, terwijl lokale poort 3306 op externe poort 3306 wordt toegewezen.

Lokaal adres (optioneel)

Het adres vanwaar de verbinding moet worden gemaakt. Dit kan elk willekeurig adres zijn met sub-bereik 127.x.x.x. Het standaard adres is 127.0.0.1.

Snelkoppeling naar Web Jump

Veld Beschrijving
Jumpgroep

De codenaam van de Jumpgroep waarmee deze jumpsnelkoppeling moet worden geassocieerd.

Bij gebruik van de importmethode kan een jumpsnelkoppeling niet met een persoonlijke lijst met jumpsnelkoppelingen worden geassocieerd.

Tag (optioneel)

U kunt uw jumpsnelkoppelingen in categorieën onderverdelen door een tag toe te voegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Opmerkingen (optioneel)

U kunt commentaar aan uw jumpsnelkoppelingen toevoegen. Deze tekenreeks mag maximaal 1024 tekens lang zijn.

Jumpbeleid (optioneel)

De codenaam van een Jumpbeleid. U kunt een Jumpbeleid opgeven om de toegang tot deze jumpsnelkoppeling te beheren.

Sessiebeleid (optioneel)

De codenaam van een sessiebeleid. U kunt een sessiebeleid specificeren om de machtigingen te beheren die op deze jumpsnelkoppeling beschikbaar zijn.

Jumpoint

De codenaam van het Jumpoint waarmee toegang tot het eindpunt wordt verkregen.

Naam

De naam van het eindpunt waarop toegang kan worden verkregen door deze jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

URL

De URL van de website. De URL moet beginnen met http of https.

Certificaat verifiëren (optioneel)

1: Het certificaat voor de website wordt vóór het begin van de sessie gevalideerd. Als er problemen zijn, gaat de sessie niet van start.
0: Het certificaat voor de website is niet gevalideerd.

Zie voor meer informatie Een Jumpsnelkoppeling gebruiken voor het uitvoeren van een Jump naar een extern systeem.

Overeenkomst voor eindpuntgebruiker

Schakel de configuratie van toestemming van eindpuntgebruikers in voor toepasselijke jumpsnelkoppelingen

Schakel een vervolgkeuzelijst in de toegangsconsole in, waarmee opties voor overeenkomsten voor eindpuntgebruikers kunnen worden geconfigureerd voor afzonderlijke jumpsnelkoppelingen.

Titel

Pas de titel van de overeenkomst aan. De eindgebruiker ziet deze in de titelbalk van de melding. U kunt deze tekst vertalen in elke taal die u hebt ingeschakeld. Verwijder de tekst in het veld en sla het lege veld in om de standaardtekst terug te draaien.

Tekst

Geef de tekst op voor de overeenkomst. U kunt deze tekst vertalen in elke taal die u hebt ingeschakeld. Verwijder de tekst in het veld en sla het lege veld in om de standaardtekst terug te draaien.

Time-out voor acceptering

Als de gebruiker de overeenkomst niet binnen de ingestelde Time-out voor acceptering accepteert, wordt de overeenkomst aanvaard of geweigerd overeenkomstig de eigenschappen van het jumpsnelkoppeling.

Instellingen voor jumpsnelkoppelingen

Gelijktijdige Jumps voor Jump-client, lokale Jump, externe Jump, VNC op afstand, en Shell Jump

Stel Gelijktijdige Jumps in op Bij bestaande sessie voegen om meerdere gebruikers toegang te verlenen tot dezelfde jumpsnelkoppeling zonder een uitnodiging van een andere gebruiker om aan een actieve sessie deel te nemen. De eerste gebruiker die toegang krijgt tot de jumpsnelkoppeling, blijft eigenaar van de sessie. Gebruikers in een gedeelde Jump-sessie kunnen elkaar zien en met elkaar chatten.

Stel deze optie in op Jump niet toestaan om ervoor te zorgen dat maar één gebruiker tegelijk een Jump naar een jumpsnelkoppeling kan uitvoeren. Alleen een uitnodiging van de gebruiker die de sessie startte kan een tweede gebruiker toestaan een sessie bij te wonen.

Deze instelling geldt voor de volgende typen jumpsnelkoppeling: Jump-client, lokale Jump, externe Jump, VNC op afstand en Shell Jump.

Gelijktijdige Jumps voor bureaublad op afstand (RDP)

Stel Gelijktijdige Jumps in op Nieuwe sessie starten als u meerdere gebruikers toegang tot dezelfde Jump-client wilt verlenen zonder dat zij door een andere gebruiker moeten worden uitgenodigd om aan een actieve sessie deel te nemen. Voor bureaublad op afstand (RDP), hebben meerdere gebruikers toegang tot een jumpsnelkoppeling, maar elke gebruiker start een eigen sessie.

Stel deze optie in op Jump niet toestaan om ervoor te zorgen dat maar één gebruiker tegelijk een Jump naar een jumpsnelkoppeling kan uitvoeren. Alleen een uitnodiging van de gebruiker die de sessie startte kan een tweede gebruiker toestaan een sessie bij te wonen.

Deze instelling geldt alleen voor jumpsnelkoppelingen van het type bureaublad op afstand (RDP).